Log in
Uitvaarttaal verandert door de jaren heen, omdat onze woordkeus meebeweegt met maatschappelijk ontwikkelingen. Hoe hoort het anno 2020? “Je kunt zakelijk én empathisch zijn, dat is iets anders dan soft.”
Ingeborg van den Wijngaart

Grootvader en grootmoeder spraken over ‘de begrafenisondernemer’, in de tijd dat cremeren nog niet heel gebruikelijk was. In de tweede helft van de vorige eeuw veranderde dat in ‘uitvaartondernemer’ om uit te dragen dat het beroep meer inhield dan het regelen van een graf en de verzekering. De laatste jaren zoekt de branche naar een woord dat de persoonlijke invulling van het beroep laat doorklinken: ‘uitvaartverzorger’, ‘uitvaartbegeleider’, het grootse ‘uitvaartregisseur’ of het meer zakelijke ‘uitvaartprofessional’.

“De centrale term is ‘uitvaartondernemer’”, legt woordenboekenmaker en uitgever Ton den Boon uit. “De ondernemer is de basis van de organisatie. Als je kijkt naar de arbeidsrelatie zijn de verzorgers en begeleiders in dienst van de ondernemer. Begeleiden gaat over het begeleiden van de nabestaanden en verzorgen over de dienst die je verleent, de uitvaart.” ‘Uitvaartprofessional’ heeft volgens Den Boon iets obligaats: “Want taalkundig ben je een professional als je een beroep uitoefent.”

De dood zichtbaar

Den Boon schetst de