Lees verder
Mondkapjes, spatschermen, handschoenen, schorten, ‘maanpakken’: iedereen wilde ze. Ook in de uitvaartzorg ontstond er eind maart 2020 een run op. Wat was er nodig? Hoe viel dit logistiek te organiseren? En hoe zinvol was het achteraf gezien om dit collectief te willen regelen?
John Hermse, Marjon Weijzen

Reconstructie Bestuursteam Coronavirus
De landelijke overheid had het OMT en in de uitvaartwereld was er ineens het Bestuursteam Coronavirus. Brancheblad Uitvaartzorg blikt met leden van dit crisisteam terug op de pandemie, en vooruit naar samenwerken in de uitvaartbranche. Een feuilleton in zes delen.

Hoe ruimen we ze weer op, al die rondzwervende mondkapjes? En hebben we er niet veel te veel voor betaald? Dat zijn de vragen van nu over mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen. Maar in april vorig jaar was de vraag: hoe komen we eraan? Hoe bescherm ik mijzelf, mijn personeel, de families en de uitvaartgasten? In de beginperiode van de pandemie ging het vooral om het beschermen van de postmortale medewerkers, want zij kwamen het intensiefst in contact met (mogelijk) aan corona overleden of met corona besmette personen.

Strenger dan nodig

BGNU-directeur Heidi van Haastert is een paar jaar geleden vanuit Amsterdam naar Den Oever verhuisd, waar de zeilboot op fietsafstand in de haven ligt. De zeilboot waarmee ze met pensionado Matthijs de Gee, oud-directeur Associatie Uitvaartverzorging, ’s zomers maanden rondtoert. Van Haastert serveert thee met een grote schaal fruit op een schaarse schaduwplek in de royale tuin. Het is juni en bloedheet. Haar thuiswerkplek – het ‘epicentrum van BGNU’ – is boven, een kamer met Lundia boekenkasten en een fleurige beklede bureaustoel.
Terug in de tuin vertelt ze dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) niet blij was dat de uitvaartbranche de richtlijnen van het RIVM in de wind sloeg over de besmettelijkheid van aan corona overledenen: ze zijn niet meer besmettelijk en er zijn geen extra maatregelen nodig bij de verzorging. Maar veel uitvaartondernemers lieten het verzorg- en overbrengpersoneel toch ‘dubbele handschoenen, overschoenen en een maanpak’ dragen. “Die beschermingsmiddelen waren niet nodig”, legt de BGNU-directeur en technisch voorzitter van het bestuursteam coronavirus nog maar eens uit, “want een overledene is dus niet meer besmettelijk, zelfs een eventuele ‘laatste zucht’ niet. En ze waren elders nodig: in de zorg. Maar je zag, van groot tot klein, ook Dela en Monuta,  dat uitvaartbedrijven veel strenger werden dan het RIVM aangaf. Ik heb gezegd: ‘Doe dat nou niet, je maakt het voor nabestaanden erger.’ Al die extra bescherming was niet nodig. Het gevaar bij opbaren zit hem erin dat je geen 1,5 meter afstand van elkaar kunt houden als je samen verzorgt.”

Uitvaartbedrijven werden veel strenger dan het RIVM aangaf. Die extra bescherming maakte het voor nabestaanden erger

De angst regeerde. Tenenkrommend zag Van Haastert het aan: “Ze zetten overledenen in een aparte koeling. Dat kwam niet van ons af. Misschien was het een Ebola-trauma…”

Hoezo niet besmettelijk?

Van Haastert vond het lastig dat uitvaartondernemers de richtlijnen van de overheid niet konden accepteren, maar de andere leden van het Bestuur team Coronavirus pasten in hun eigen bedrijven stuk voor stuk veel strengere maatregelen toe om hun postmortale medewerkers te beschermen.

Albèr Claassen vertelt vanachter zijn doorzichtige coronascherm dat hij de adviezen van het RIVM op dit punt niet geloofde. “Nog steeds niet. Volgens mij hebben ze geen idee wat postmortale zorg inhoudt, dat je dan ook pacemakers verwijdert, bijvoorbeeld. Overledenen niet besmettelijk? Kom nou toch!” LVC-vicevoorzitter Stapper en VTU-voorzitter Van Wijk vertrouwen het RIVM wel, maar beschermden het personeel méér dan wettelijk noodzakelijk om onrust en paniek te voorkomen. Van Wijk hoort van vervoerders als weerwoord op de RIVM maatregelen: “Dan komt mijn medewerker bij zo’n instelling waar ze allemaal in maanpak lopen, met alleen zijn grijze pak aan en een mondkapje… ‘goh, dat jouw werkgever jou zo slecht beschermt…’ Tja. Leg dan maar eens uit: ‘dood is dood’ en niet meer besmettelijk.”

Ongewisse tijden

LVC-voorzitter Jaap Blaak – inmiddels voorzitter af, in juli ging hij met pensioen als Programmamanager Begraafplaatsen en Crematoria bij Monuta – beschrijft vanaf zijn thuiswerkplek in Emmen dat hij het gevoel had dat veel medewerkers in de uitvaartzorg en de crematoria ‘hunkerden naar persoonlijke beschermingsmiddelen.’

De LVC-voorman vertelt aan tafel in zijn woonkamer van zijn nieuwbouwwoning aan een rustige straat even buiten het centrum van Emmen, terwijl zijn vrouw koffie met een koekje serveert. Hij benadrukt dat het de eerste tijd nog onduidelijk was hoe ernstig de crisis zou zijn, met hoeveel overlijdens ze te maken zouden krijgen. “Het waren spannende tijden. Er werden voorspellingen gedaan waarbij de huiveringen over mijn rug gingen, met duizenden overlijdens. Dat heeft wel voor slapeloze nachten gezorgd, hoe meer je betrokken was, hoe spannender het werd. Achteraf is het meegevallen, maar ook toen na de vakanties de besmettingen weer toenamen hield ik mijn hart weer even vast. Ik werd door een crematorium gebeld waarbij eerst de manager corona kreeg, toen de assistente en toen zij net weer terug waren, een van de koffiedames.”

Medewerkers hunkerden naar persoonlijke beschermingsmiddelen

Het LVC adviseerde de leden om in twee gescheiden ploegen te werken. “Dat gebeurde ook. Toen het om dertig personen ging, leek het meer op en technische crematie, toen had je niet zoveel personeel nodig.”

Leen van Loosen, manager en uitvaartleider bij Draagt Elkanders Lasten op Urk, werkt niet met shifts, en met de achttien personeelsleden hebben ze het ondanks enkele coronagevallen op Urk allemaal zelf kunnen redden. Van Loosen maakte als voorzitter van uitvaartverenigingenkoepel Nardus – inmiddels heeft hij het stokje overgedragen aan Akke Vrijmoeth – deel uit van het Bestuursteam Coronavirus. Gelijk in de hal staat nog altijd een bord dat de bezoekers op het hart drukt geen handen te schudden, maar het loopt niet meer storm op Urk. In mei was het nog druk, maar een maand later heeft Van Loosen alle tijd voor een gesprek in een van de familiekamers van het uitvaartcentrum.

Voor de mondkapjes had hij, noch de andere uitvaartverenigingen, het Bestuursteam Coronavirus nodig. “Een paar inventieve Urkers hadden een lijntje naar China voor mondkapjes. Ondernemers die hoorden van het gebrek aan mondkapjes boden aan om ze tegen kostprijs in te kopen.” 

De race om bescherming

Al snel was er de zorg of er wel voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen waren. Eind maart al had uitvaartondernemer Andja Bratic bij haar branchevereniging BGNU aan de bel getrokken over een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en was ze een inzamelingsactie begonnen. Het gevoelde gebrek aan persoonlijke beschermingsmiddelen was ook de reden dat VTU het bestuursteam kwam versterken. Maar, vertelt voorzitter en uitvaartkistenleverancier Van Wijk bij zijn gouden kist, ook de facilitaire bedrijven aangesloten bij VTU (een stuk of twaalf) hadden geen zicht op de voorraden. “Niemand wist hoe hij aan mondkapjes en andere persoonlijke beschermingsmiddelen kon komen. Het was in beginsel een chaos.”

een lijntje naar China voor mondkapjes

BGNU-directeur Heidi van Haastert vertelt dat ze een paar dagen heeft zitten bellen met leveranciers en door de inkoopmanager van Monuta nog net op tijd weerhouden werd van een rampzalige deal met een onbetrouwbare partij. Ze was dolblij toen er na lang soebatten een deal gemaakt kon worden met VTU. Vastgelegd werd dat de VTU-leden die persoonlijke beschermingsmiddelen leverden, voorrang zouden geven aan de uitvaartsector.

Heel spectaculair was die deal niet, want bij de VTU zijn bedrijven aangesloten die uitsluitend leveren aan de uitvaartsector. En het voorziene gebrek aan persoonlijke beschermingsmiddelen bleef uit. Achteraf bleek de race om de mondkapjes een storm in een glas water.

Achteraf bleek de race om de mondkapjes een storm in een glas water

Maar naarmate de pandemie aanhield liep de branche tegen heel andere kwesties aan. Preciezen en uitvaartwappies die tegen over elkaar kwamen te staan bijvoorbeeld. Daarover meer over twee weken.  En dan woedde er nog de strijd om het vitale dan wel cruciale beroep. Daarover leest u volgende week meer.

Deel 3: De strijd om het vitale beroep
online 10 september.

De leden van het Bestuursteam Coronavirus:
-Heidi van Haastert, voorzitter, directeur BGNU
-Roel Stapper, Zuylen, Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC), vertegenwoordigde ook de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), met
-Anja Vink (Begraafplaats Buitenveldert)
-Jaap Blaak, Monuta, LVC (opgevolgd door Corné Mulders)
-Peter van Wijk, Van Wijk Uitvaartkisten, VTU en
-Frank van Splunter (RouwServiceNederland).
-Albèr Claassen, Claassen Uitvaartzorg (opgevolgd door Igor Peusen) en -Antoinette Steenbeek (Melange Uitvaartbegeleiding), BGNU-bestuur
-Leen van Loosen, Draagt Elkanders Lasten, Nardus (opgevolgd door Akke Vrijmoeth)
-Jana Kalenda (arbocoördinator Yarden)
* de vetgedrukte namen interviewden we

Foto: Saskia Aukema