De angst voor de dood kent vele gezichten: angst voor het lijden, voor het loslaten van naasten, voor wat er daarna komt. Hoe moet je daar als uitvaartmedewerker mee omgaan? ‘Ga het niet mooier maken, ga het niet oplossen.’
Met zijn Bureau MORBidee maakte Rob Bruntink, journalist, schrijver en expert op het gebied van palliatieve zorg, een keer een praatkaart over doodsangst. ‘Angst voor de dood? Maar welke dan?’, stond erop. De angst voor de dood kent veel verschillende vormen, beaamt Annemieke Kuin. Ze was jarenlang geestelijk verzorger in het Dijklander Ziekenhuis, werkt nu bij ARQ Centrum ’45 en is als lecturer practitioner verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek. “Bij de mens die gaat overlijden is angst voor de dood op verschillende manieren zichtbaar. Soms gaat dat over de weg ernaartoe, of het doodgaan op zich: men is bang om te stikken, heeft angst voor pijn of paniek. Goede uitleg van een arts of verpleegkundige kan helpen deze angst te verminderen. Moeilijker is de angst je dierbaren los te moeten laten. De vraag wat er is na de dood kan ook angst oproepen. Bijvoorbeeld angst voor ‘het grote niets’ of dat je in het hiernamaals wordt veroordeeld op wat je gedaan hebt in het leven.”