Log in
Al ruim tweeënhalve eeuw wordt er gediscussieerd over de milieuaspecten van lijkbezorging. Een historische terugblik.
Wim Cappers

In 2011 publiceerde Tno een rapport over de milieueffecten van verschillende wijzen van lijkbezorging. Dit gebeurde op verzoek van Yarden. Het uitvaartconcern wilde weten of cryomeren (vriesdrogen) en resomeren (oplossen) milieuvriendelijker zijn dan het traditionele begraven en cremeren. Het antwoord van het onderzoeksinstituut luidde bevestigend. Dat deed wel wat wenkbrauwen fronsen, want een onderzoek van TU Delft (zes jaar eerder) had cryomeren juist als meest milieubelastende methode aangewezen.

Begraven

Nieuw is de vraag naar een milieuvriendelijke wijze van lijkbezorging niet. In de tweede helft van de achttiende eeuw wezen verlichte geesten op het gevaar van begraven in en rondom kerken voor de hygiëne. Lijken zouden miasma’s, ofwel smetstoffen, afscheiden die de gezondheid bedreigden. De overheid stelde in 1825 een commissie van genees- en scheikundigen in die deze opvatting onderschreef. Vanaf 1829 werd het begraven in kerken verboden. Alleen dorpen met minder dan duizend inwoners mochten hun kerkhof blijven gebruiken. Grotere plaatsen moesten een begraafplaats buiten de bebouwde kom aanleggen.