Lees verder
Het Bestuursteam Coronavirus blikt terug. Wanneer bleek dat we in een crisis terecht waren gekomen? Werd het bestuursteam pas na de eerste persconferentie van premier Mark Rutte geformeerd? En waarom werden juist deze organisaties en deze mensen ervoor gevraagd?
John Hermse, Marjon Weijzen

Reconstructie Bestuursteam Coronavirus
De landelijke overheid had het OMT en in de uitvaartwereld was er ineens het Bestuursteam Coronavirus. Brancheblad Uitvaartzorg blikt met leden van dit crisisteam terug op de pandemie. Een feuilleton in zes delen.

“De uitvaartbeurs in Bologna werd geannuleerd”, herinnert Peter van Wijk, voorzitter Vereniging Toeleveranciers in de Uitvaartbranche (VTU) zich. “In eerste instantie waren we vooral teleurgesteld omdat we ons op de reis verheugd hadden. Dat corona na China en Italië naar Nederland zou komen, daaraan dachten we nog helemaal niet.” Directeur Roel Stapper van Zuylen Uitvaartverzorging in Breda, was er eerder bij. “Een van onze managers, een voormalig ic-verpleegkundige met contacten in dat deel van de zorg, zei rond 20 februari: ‘Dit gaat in Nederland ook wat worden.’”

De broers Albèr en Ton Claassen, beheerders van het Bernhove ziekenhuis in Uden, twee maanden later de eerste brandhaard van de coronapandemie in Nederland, hadden toen nog geen idee van wat hun te wachten stond.

Tv-beelden uit Italië

Voorjaar 2021: vanachter een spatscherm in een spreekkamer in het uitvaartcentrum in Veghel herinnert Albèr Claassen het zich in eerste instantie als iets van ver weg, iets in China. Pas met carnaval – het laatste weekend van februari – kwam het dichterbij. Net als andere leden van het Bestuursteam Coronavirus begon het voor de directeur van familiebedrijf Claassen pas echt te leven met de tv-beelden uit Italië. En toen ging het snel. Broer Ton was op wintersport in Oostenrijk en moest terugkomen. Albèr: “En toen was het hier meteen een heksenketel.”

De gebroeders Claassen wonen en werken net als Roel Stapper in carnavalbrandhaard Brabant. Vanaf maart vielen daar de eerste coronadoden, april was er de ergste maand. In mei vlakte het aantal doden alweer af. Voor veel andere uitvaarders was de persconferentie van 9 maart, waar minister-president Mark Rutte en Jaap van Dissel van het RIVM het volk toespraken, net als voor de meeste Nederlanders het eerste signaal dat het echt mis was.

Op diezelfde dag – Heidi van Haastert vindt het in juni van dit jaar op een warme dag in haar tuin op haar telefoon scrollend terug – stelt de BGNU-directeur haar bestuur voor om een crisisteam op te richten. Ze appt: ‘beste bestuursleden. Het coronavirus verspreidt zich in rap tempo in ons land, om vinger aan de pols te houden en adequaat te kunnen handelen, wil ik een klein crisisteam samenstellen, met twee BGNUbestuursleden, met LVC en LOB.

Waar het land een Outbreak Management Team (OMT) kreeg, had de uitvaartbranche zijn eigen crisisteam: al vrij snel omgedoopt tot Bestuursteam Coronavirus.

Reconstructie

Brancheblad Uitvaartzorg interviewde vijf bestuursleden en technisch voorzitter Heidi van Haastert uitgebreid op hun werkplek. We reisden ervoor naar Veghel, Breda, Rotterdam, Den Oever, Emmen en Urk.  BGNU-directeur Van Haastert en voorzitter Jaap Blaak van de Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC) werkten thuis, de anderen bezochten we in hun uitvaartcentrum, crematorium of kistenfabriek. Anja Vink, voorzitter en eerste vertegenwoordiger van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), zegde af. Vanwege corona. Ze kreeg het in oktober vorig jaar en had in april nog zoveel restverschijnselen dat haar arts haar adviseerde alleen hoogst noodzakelijke werkzaamheden op te pakken. Naast Van Haastert en Blaak, en de al genoemde Stapper, Claassen en Van Wijk interviewden we Leen van Loosen van koepel van uitvaartverenigingen Nardus.

Het begin

Hoe ontstond het bestuursteam? “Heidi belde”,  zeggen de meeste leden van het team. Roel Stapper, vertegenwoordiger namens de LVC, en tweede vertegenwoordiger van de LOB, had zelf ook al het idee dat de branche in deze crisis de handen het best ineen kon slaan, vertelt hij op zijn kantoor in Breda, waar deze zomer op het eerste gezicht nog maar weinig deed denken aan de hectiek van de eerste golf, die in Brabant zijn toppen bereikte. De sfeer is kalm, de gangen zijn leeg, maar er wordt wel degelijk gewerkt. Halverwege het gesprek zal Stapper het bedrijf, crematorium en begraafplaats laten zien, nu is er nog een plechtigheid bezig. Tot die tijd vertelt hij hoe het begon. “Een vriend van me werkt bij het RIVM. Ik benaderde hem met de vraag bij wie we moesten zijn met vragen over hoe ons personeel te beschermen. Dat was rond 20 februari. Vier dagen later gaf hij me een naam. Die heb ik doorgespeeld naar de andere brancheorganisaties: ze willen vanuit het RIVM graag langs één lijn communiceren, ze hadden het immers op dat moment stikdruk. Afgesproken werd dat Heidi dat ene kanaal zou zijn. De reden was eenvoudig: Heidi had er tijd voor, alle andere branchebestuurders hadden in crisistijd een bedrijf te runnen. Uiteraard ging dat voor.”

Heidi werd dat ene kanaal, het contact met RIVM en BZK

Al verschillen de leden van het bestuursteam enigszins in visie over hoe het bestuursteam precies ontstond – en zijn ze ook niet helemaal eensgezind over de taakstelling (waarover later meer): dat Heidi van Haastert het centrale aanspreekpunt was, daar zijn ze het van het begin af aan over eens.

Carnavalbrandhaard

Stapper kreeg het in Breda meteen druk. “Een van de eerste gevallen in eigen huis was een uitvaartverzorger”, vertelt hij vanuit zijn alle takken van de uitvaartbranche beslaande kantoor. “Die was in Noord-Italië en is ziek teruggekomen. Dat heeft zich gelukkig verder niet verspreid, maar zo komt het wel dichtbij.” Sommigen van zijn medewerkers waren heel angstig. “Ik had een collega die van zijn partner niet meer mocht komen werken, want die partner was panisch.” En de man van een van zijn medewerkers overleed aan corona. “Zij was bijna met pensioen. Ze was negatief getest, haar zoon durfde niet te komen uit angst voor corona, zij zat moederziel alleen voor in de aula, niemand om haar heen. Niemand die haar ook maar met een vinger durft aan te raken – het was betrekkelijk vroeg in de pandemie, we wisten nog minder over de risico’s. Ze was een collega, dan komt het héél dichtbij.”
Qua drukte kunnen ze het aan in Zuylen. “De eerste drie weken van april waren extreem. We konden dat aan omdat die uitvaarten overzichtelijk waren. Je mocht heel weinig, geen horeca, mensen kozen voor overzichtelijke diensten. We hebben twee van onze koffiekamers omgebouwd tot aula, voorzien van een beeld- en geluidsinstallatie. Zo konden we vijf uitvaartdiensten tegelijk houden.”
Op het hoogtepunt van de coronapiek werd bij Zuylen 24 uur per dag door gecremeerd. Er is ook een extra koeling gebouwd – die stond al op de planning, en is naar voren gehaald, al bleek dat achteraf niet nodig. Van de 67 medewerkers hebben er – verspreid over de maanden – 15 corona gehad.

Ondertussen in Oost-Brabant

In Veghel vertelt Albèr Claassen, in zijn jaren dertig uitvaartcentrum – een voormalige door de nonnen bestierde kleuterschool – een vergelijkbaar verhaal, al kreeg geen van zijn medewerkers corona. Claassen deed dan ook alles om het personeel te beschermen, liet zelfs speciale mondmaskers met afzuiging aanrukken. “Het waren nog net geen helmen”, vertelt Claassen vanachter zijn coronascherm. “In april was het een heksenketel, in ‘maanpakken’ overledenen ophalen en in het mortuarium verzorgen. In de kist konden overledenen als families dat wilden thuis opgebaard worden. We konden het werk aan, hebben alles met eigen mensen kunnen doen, doordat de diensten eenvoudig waren, zonder catering. En het online regelen ging efficiënt. De families kregen de vragenlijsten, kistenboeken etcetera van tevoren gemaild.”

Claassen heeft van families geen wanklank gehoord. “Ze waren blij met wat er kon. In de zorg kon er immers niks, mocht niemand bij zijn dierbaren. Daarmee vergeleken kon er bij ons veel.” Ook roemt hij de solidariteit in de branche, in die begindagen van de pandemie. “We kregen aanbiedingen uit het hele land om te helpen, echt geweldig.”

Het hele land wilde helpen, echt geweldig

Toen Heidi van Haastert belde of hij wilde toetreden tot het Bestuursteam Coronavirus aarzelde Claassen geen moment. “Ik dacht: mooi, dan ben ik uit de eerste hand geïnformeerd.

Kisten hamsteren

Terwijl in de beginperiode van de lockdown heel Nederland wc-rollen hamsterde, bestelden uitvaartondernemers extra kisten. Peter van Wijk van Van Wijk Uitvaartkisten ontvangt gasten niet op zijn werkkamer, waar hij multitaskt achter vier beeldschermen en met Churchills lijfspreuk ‘A pessimist sees the difficulty in every opportunity; an optimist sees the opportunity in every difficulty’ aan de muur geprikt, maar aan een glazen tafel met zicht op zijn befaamde gouden uitvaartkist. Het secretariaat, met een origineel biechthokje uit een kerk die naast opa’s kistenfabriek in het centrum van Rotterdam lag, ben je dan al gepasseerd. Van Wijk vertelt op verzoek kort de historie van de kistenfabriek. “We zijn een echt Rotterdams bedrijf.” De geen-woorden-maar-daden mentaliteit kwam de vierentwintig werknemers goed van pas in het begin van de pandemie. “We hadden het meer dan druk, zo druk had ik nog nooit meegemaakt. Vooral in het zuiden van het land, waar we ook veel klanten hebben, waren ondernemers die normaal dertig tot veertig kisten per jaar afnamen, die dat nu in een maand deden. Er was vooral veel vraag naar ‘buitenmodellen’. En veel ondernemers wilden er van elk model in hun assortiment graag twee extra op voorraad. Er was wel heel veel begrip naar elkaar. Klanten waar je normaal alleen overdag terecht kon en nu om 11 uur ’s avonds nog kisten afleverde.”
The wake-up call voor Van Wijk was dat de stagiaire door school werd terug geroepen. “Toen dachten we: oké, we moeten nu gaan schakelen. Eerst zijn we van die gelaatschermen gaan dragen, dan zie je in elk geval elkaars mimiek nog. Maar ja, die glimmen weer, die weerkaatsen het licht, ook niet ideaal. Toen zijn we vrij snel op het mondkapje overgestapt. Dat blijft hier protocol bij verplaatsen tot iedereen is ingeënt. We weten ook niet of het het ei van Columbus is, maar – ik mag het afkloppen – we hebben geen enkel geval van corona gehad in het bedrijf.”

Er was vooral veel vraag naar buitenmodellen>

Van Wijk was door zijn achterban al gevraagd: “Moeten wij niet in dat bestuursteam?”, dus toen Van Haastert de VTU erbij vroeg, zegden hij, als voorzitter, en RSN-directeur Frank van Splunter, als secretaris, meteen toe. “Je neemt je verantwoordelijkheid.”

De VTU werd pas later toegevoegd aan het Bestuursteam Coronavirus. Maar toen was de race om de persoonlijke beschermingsmiddelen al begonnen.

Volgende week deel 2: De race om de persoonlijke beschermingsmiddelen

Vanaf 3/9 online.

De leden van het Bestuursteam Coronavirus:
-Heidi van Haastert, voorzitter, directeur BGNU
-Roel Stapper, Zuylen, Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC), vertegenwoordigde ook de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), met
-Anja Vink (Begraafplaats Buitenveldert)
-Jaap Blaak, Monuta, LVC (opgevolgd door Corné Mulders)
-Peter van Wijk, Van Wijk Uitvaartkisten, VTU en
-Frank van Splunter (RouwServiceNederland).
-Albèr Claassen, Claassen Uitvaartzorg (opgevolgd door Igor Peusen) en -Antoinette Steenbeek (Melange Uitvaartbegeleiding), BGNU-bestuur
-Leen van Loosen, Draagt Elkanders Lasten, Nardus (opgevolgd door Akke Vrijmoeth)
-Jana Kalenda (arbocoördinator Yarden)