In landen als Amerika en Engeland zijn ‘death doula’s’ inmiddels een vertrouwd begrip. Zij begeleiden mensen in hun laatste levensfase, bieden steun, troost en richting – en doen dat buiten de medische kaders om. In Nederland staat het beroep nog in de kinderschoenen. Pionier Jetty Oosterman, zelf levenseinde doula en trainer, ziet vooral kansen.
Noem haar alsjeblieft geen ‘death doula’. Het Engelse woord dekt volgens Jetty Oosterman de lading niet: te hard, te kil, te confronterend. De Terwoldse spreekt liever over levenseinde doula. Ze is er namelijk niet alleen voor het moment van sterven, maar voor het hele proces ernaartoe. “Het is echt iets anders dan een stervensbegeleider. Vaak kom ik al in beeld na een slechtnieuwsgesprek.”
Inspelen op behoeftes
Dat Jetty zelf de noemer bepaalt, zegt veel. Haar werk – en eigenlijk dat van elke doula – is niet te vangen in strakke kaders. Ze kennen geen vast takenpakket. “Elke levenseinde doula doet het anders, afgestemd op de persoon die tegenover hem of haar zit. ‘Wat heb jij nú nodig?’ is de enige leidraad.” Het ene moment gaat een doula mee naar het ziekenhuis voor een gesprek met een arts, het andere moment maakt de doula samen met degene die komt te overlijden een wandeling. Soms ruimt ze wat op in huis, soms probeert ze het gesprek op gang te brengen tussen partners die elkaar tegen het einde lijken te verliezen. “Maar het kan ook zijn dat iemand een groot geheim met zich meedraagt,” vertelt Jetty. “Iets wat hij of zij niet met de partner wil delen, maar wel van zich af wil praten.”