Log in
Verdeeldheid helpt niet om de boodschap uit te dragen dat thanatopraxie verreweg de beste behandeling is om overledenen langer thuis te laten blijven. Dat vindt thanatopracteur en branchebestuurder Niels Schermel.
Marjon Weijzen

In het buitenland wordt al een eeuw gebalsemd, hier mag het pas een jaar of tien”, zegt Niels Schermel, die een bedrijf in overledenenzorg heeft in Amsterdam, Afuitex. “ Thanatopraxie staat in Nederland echt nog in de kinderschoenen.” Schermel, bestuurslid van het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) deed zijn opleiding (deels) in Barcelona, maar leidt nu zelf mensen op in Nederland. Hij schat dat Nederland nu zo’n vijftig tot zestig thanatopracteurs telt, die samen jaarlijks zo’n 5000 thanatopraxiebehandelingen doen. “Al is dat aantal een ruwe schatting, want het is niet verplicht de cijfers door te geven.”

Het NIT wil de aantallen graag registreren, maar vanuit concurrentieoverwegingen geven veel thanatopracteurs ze niet door, legt Schermel uit. Afuitex doet jaarlijks zo’n duizend behandelingen. Schermel schetst de branche: “Een paar gespecialiseerde balsemers, en verder nog wat uitvaartbedrijven en facilitaire dienstverleners met thanatopracteurs in dienst.”