Lees verder
In de familie van mijn oma spraken sommigen over het graf als ‘de groeve der vertering’.
Aart Mak

Het klonk onheilspellend en dat was ook de bedoeling. Doodgaan is al geen pretje maar dood zijn is de grote ontbinding, vanzelfsprekend lichamelijk maar helemaal geestelijk: dan wachtte jou het grote oordeel waarbij er volgens de zelfde mensen uit de familie niets van je heel zou blijven.

Voor vrijwel alle Nederlanders is die manier om met de dood om te gaan, al lang geleden voorbijgegaan. Mensen blijven doodgaan, natuurlijk, soms te vroeg, ook wel eens te laat, soms met een handvol anderen in één keer, soms door een nieuwsgierige buurvrouw na een aantal dagen gevonden. Schrik en immens verdriet horen nog steeds bij de dood van sommigen. Maar we hebben in de laatste jaren veel vriendelijker manieren gevonden om aan onze doden de laatste eer te bewijzen. Zo vriendelijk soms dat we van een dode vriend afscheid nemen alsof hij geëmigreerd is naar een onbereikbaar ver land. De dode wordt genoemd en geëerd, de dood is niet meer dan een feit, zonder enige filosofische bijgedachte. Dat is dan weer een beetje doorgeslagen naar de andere kant.

Nu zijn we ergens anders bang voor. Was het in die familie van mijn oma zo dat ze vooral vreesden voor wat er ná de dood met hen gebeurde, nu zijn mensen bang voor hóe je doodgaat. ‘Als ik maar niet naar een verpleeghuis moet.’ Of: ‘Als ik maar in één keer weg ben, in mijn slaap ofzo.’ ‘Ik moet er niet aan denken dat ik afhankelijk word van anderen.’ Dat hoor ik nogal eens. En ook, in toenemende mate, signaleer ik de angst om letterlijk sprakeloos te worden (afasie) of met een achteruit hollend denkvermogen te eindigen (dementie).

Dus niet meer de dood zelf maar de nadering van de dood is het wat mensen tegenwoordig angst inboezemt. En daarom begint alles rond de dood al eerder in het leven en eindigt het voor de nabestaanden ook niet een paar dagen na de uitvaart. Dat is toch heel anders dan in de familie van mijn oma. Daar had je je leven en ook je leven na de dood toch niet in de hand. Al was mijn oma iemand die zich niet zo’n zorgen maakte over de dag van morgen of over eeuwigheid. Ze is heel gelukkig oud geworden.