Log in
Bij het zoeken naar een geschikte foto voor op de cover viel het me op hoe ontsierend beeldschermen vaak hangen in kerkgebouwen en aula’s van begraafplaatsen, uitvaartcentra en crematoria. Bijna altijd detoneren ze, ontkrachten ze de architectuur en verstoren ze de warme intieme sfeer die de overige aankleding van de zaal oproept. Als de beeldschermen gebruikt worden, komen de getoonde foto’s en filmpjes bovendien vaak maar matig tot hun recht, omdat het daglicht niet voldoende afgeschermd kan worden. Het is vaak kiezen tussen een verbinding met buiten – een blik op vijver of bos of een subtiele lichtval – of het scherp krijgen van de beelden van de overledene. Meestal doet het een afbreuk aan het ander.
Marjon Weijzen

Dat we in een beeldcultuur leven, en dat één beeld meer zegt dan duizend woorden, dat weet u allen. Toch valt het de redactie vaak niet mee om uitvaartverzorgers een goede foto te ontfutselen, bijvoorbeeld om bij een interview te plaatsen. Niet zelden krijgen we een wazig kiekje, waarop de geïnterviewde met een chagrijnige kop voor een rommelige achtergrond poseert. En dan ook nog in te lage resolutie. Zelfs als we er een fotograaf bijhalen, kun je discussiëren over het resultaat. Ziet u aan de foto van Jan Klaas Faber op pagina 29 – met zijn armen over elkaar, verbeten voor zich uitkijkend – dat hij nog elke dag verliefd is op zijn vrouw? De fotograaf was nog bereikbaar om een nieuwe te maken, maar het leven van een uitvaartondernemer is te druk om zo’n fotosessie over te doen.

Hoe dan ook, het is een hele kunst om in één beeld al die duizend woorden te vangen. Om in één