Begin jaren 90 waren er in en om Hoog Catharijne in Utrecht veel daklozen.
Ik solliciteerde toen bij een nieuwe stichting die met een soep- en dekenbus op straat ging staan om contact te maken met deze groep. Reguliere hulpverleners lukte dat niet meer. Ik was vooral heel nieuwsgierig naar die onderkant van de samenleving waar ik niets van af wist.
Binnen de kortste keren kende ik honderden mensen die regelmatig op straat sliepen. Toen ik later met mijn kistenbedrijfje begon hield ik met een aantal van hen contact. Regelmatig dronken ze koffie tussen mijn kisten in de werkplaats. Toen ik een van mijn favorieten lang niet had gezien en op onderzoek uitging, bleek ze overleden te zijn. Er was een eenzame gemeentelijke uitvaart geweest. Dat maakte mij boos, want ik had daarbij willen zijn.