Log in
Dit is mijn laatste column voor Brancheblad Uitvaartzorg: per 1 maart 2020 stop ik als Ombudsman Uitvaartwezen en draag ik het stokje over aan een nieuwe ombudsman. Het leek me wel leuk om af te sluiten met een positieve casus. Want ook al gaat er af en toe wat fout, er gaat natuurlijk ook heel veel goed binnen de uitvaartbranche. En in de afgelopen vijf jaar heb ik ervaren dat uitvaartondernemers ook niet de flauwste personen zijn: als er al een fout wordt gemaakt, dan doet men over het algemeen veel moeite deze recht te zetten.
Marliz Schellekens

In deze kwestie moest de ombudsman er echter aan te pas komen. De zoon wilde zijn vader begeleiden tot aan de oven. Na de plechtigheid moest hij even wachten totdat hij de begeleiding op zich kon nemen. Daarvoor werd hij in een kamer gedirigeerd. Na een paar minuten kwam de crematoriummedewerker hem halen voor de laatste gang. Voor de wachttijd bracht het crematorium een rouwkamer van 466 euro in rekening. De kamer was niet vooraf geoffreerd en in klagers beleving ook helemaal niet nodig geweest. Hij had best op de gang willen wachten. De uitvaartondernemer schold klager de helft kwijt en beloofde bij het crematorium aan te dringen op creditering van de andere helft. Het crematorium kwam echter niet over de brug, zodat klager zijn klacht bij mij indiende. Het leek mij een probleem dat tussen de ene uitvaartondernemer en de andere opgelost moest kunnen worden. Voor zo’n incident is toch geen bindend advies nodig?

Gelukkig vond de uitvaartondernemer dat