Log in
We hebben een telefoonnummer van de sociale dienst en een overdracht uit het ziekenhuis.
Miep de Putter

Ze ziet er schuw en verwaarloosd uit. Ze reageert bijna niet. Ze heeft enorme doorligwonden. We vermoeden dat ze dagen op een stoel heeft gezeten. Haar buurvouw heeft de politie gebeld omdat ze haar lang niet heeft gezien of gehoord.

De vrijwilligers lopen vaak bij haar binnen en proberen haar slokjes drinken te geven. Een paar kleine hapjes ijs vindt ze lekker. We wassen haar lange haar en verzorgen haar handen. Daardoor lijkt ze een ander mens. Ze begint langzaam wat aan ons te wennen. We zitten vaak bij haar. Ze ontspant als we haar aanraken. We geven massages en ontdekken dat ze van viool- en fluitmuziek houdt. Ze krijgt een zachte knuffel en schone kleren. Praten doet ze niet.

De medewerker bij de sociale dienst is opgelucht als ik bel. Ze heeft wat officiële papieren en zal kijken of daar relevante informatie in te vinden is. Voor het zover is, overlijdt mevrouw. Ik bel een uitvaartondernemer die regelmatig