Log in
Ik wandelde met een zoon over de begraafplaats. Een mooi plekje uitzoeken voor zijn moeder die zojuist overleden was. Hij vertelde hoe de zoektocht naar erkenning als een rode draad door haar leven liep. Ze wilde er zo graag bij horen. Vanaf haar geboorte was het duidelijk dat ze op zou groeien zonder biologische vader. Ze was het resultaat van een one night stand; daar werd niet stiekem over gedaan. Zodra het meisje groot genoeg was, kreeg ze de naam en een foto. Haar speurtocht begon. Het lukte om de man te vinden die het bed met haar moeder had gedeeld. Maar een vader vond ze niet. Hij had inmiddels een vrouw en een zoon en hij wilde niets van haar bestaan weten. Ontkenning en afwijzing. Zij paste niet in zijn leven. Ook haar halfbroer wilde niets van haar weten.
Loes Rooijakkers

Na jarenlang aan de zijlijn te hebben gestaan, bracht een DNA-onderzoek helderheid. Met dit bewijs op zak ging ze opnieuw naar haar biologische vader. Ze wilde laten zien dat ze er wél bij hoorde. Het was te laat. Hij was net overleden. Zijn vrouw en zoon waren op dat moment niet in staat om haar te omarmen en te verwelkomen. Wel bewijs, maar nog steeds geen plek. De laatste jaren kwam het contact met haar halfbroer langzaam op gang. Ze probeerde het los te laten; ze hoorde thuis bij haar eigen man, kinderen en zijn familie. Hoe welkom ze daar ook was, het ontbreken van haar eigen familie bleef knagen.

En nu was ze zelf overleden. De halfbroer zocht direct contact, ze was immers zijn zus. Wederom te laat, hoe graag had ze dit zelf van hem met deze woorden willen horen. Te laat voor hem, want hij besefte nu pas wat hij al die jaren links had laten