Log in
Ik word door een uitvaartleider gebeld over een man die gaat sterven. “Hoe snel?”, vraag ik. “Morgen, als het even kan”, is het antwoord. “En waar hangt dat vanaf?”, vraag ik weer. “Of jij tijd kunt maken om het laatste sacrament toe te dienen.” Ik laat weten dat ik er om elf uur zijn kan. “Is er eigenlijk familie?”, vraag ik. Ze vertelt dat er twee dochters zijn en vraagt of ik nog meer gegevens nodig heb. Ik herinner mij de lessen van degenen die mij het vak leerden. “Nee”, antwoord ik, “stuur me straks alleen nog de namen toe, het adres en een telefoonnummer.”
Aart Mak

Een dag later was ik er. Ik had een kaars meegenomen, gewijde olie in een flesje en teksten om uit te spreken. Maar ik wilde die man en zijn dochters leren kennen, dat vooral. Ik kreeg wat ik wilde. Ik had een goed en vertrouwelijk gesprek. Ik stak de kaars aan, las iets, zei wat, zalfde zijn hoofd en zijn handen en bleef daarbij in gesprek met deze drie mensen. Ik kreeg een boekje mee dat hij zelf had geschreven over zijn leven. Ik nam afscheid.

Die avond kwam de arts en ging zijn wens om te mogen sterven in vervulling. Vijf dagen later sprak ik opnieuw met de dochters, ter voorbereiding op de plechtigheid twee dagen later. Precies een week na overlijden vond de uitvaart plaats, met veel mensen, prachtige livemuziek en goede, empathische sprekers. Ik mocht de anderhalf uur durende ceremonie leiden en merkte hoe weinig moeite dit kostte.

Brengt mij terug bij wat mijn opleiders mij leerden.