Log in
Zij trok een bureaulade open en zocht in de stapel naar het juiste dossier. “Het is niet zo heel veel hoor. Wij nemen eigenlijk ook niet de tijd om het vaker door te nemen”, zei ze verontschuldigend. “Maar goed. Beter iets dan niets. Toch?” Ze maakte een kopietje van het laatstewensenformulier. “Ik hoop dat je er iets mee kunt.” Genoeg om een uitvaart te verzorgen, dacht ik. Maar veel te weinig om er een persoonlijke uitvaart van te maken. “Ik red me wel”, probeerde ik haar gerust te stellen.
Onno van Andel

Ik woon in een dorp met een aantal instellingen waar mensen met een complexe zorgvraag worden verzorgd. Met de meeste van deze instellingen werk ik samen. Zo ook met deze instelling, waar ik inmiddels de weg wel ken. Om de uitvaart van meneer voor te bereiden, spreek ik zijn begeleider en breng ik een bezoek aan zijn kamer, waar ik me een beeld probeer te vormen van wie hij was, wat hij deed en wat zijn hobby’s waren. Ook neem ik contact op met een broer en zus van hem.

Zijn uitvaart was intiem, met een paar bewoners, familie, zijn begeleider en een aantal collega’s. Hij wilde begraven worden, stond in zijn wensenformulier dat was ingevuld op de dag dat hij in het huis was komen wonen. Ook wilde hij bloemen. Dankzij de begeleider hebben wij een afscheidsboeket uitgezocht dat bij meneer paste. In zijn cd-speler zat een cd met mooie muziek, waarvan een paar nummers zijn gedraaid