Log in
Verlieskundigen, ervaringsdeskundigen en een uitvaartverzorger reageerden op de stelling: uitvaartverzorgers hebben te weinig oog voor volwassen broers en zussen.
Redactie

Vroegste herinneringen

Nancy Wolting-Hulzinga, de Zwolse Uitvaartzorg:

“Voor mijn eindwerkstuk bij Meander interviewde ik tien uitvaartbegeleiders en tien mensen die een broer of zus verloren. Mijn conclusie was: uitvaartverzorgers hebben weinig oog voor volwassen broers en zussen. Ze zijn gericht op de opdrachtgever. Als die broers en zussen de ruimte geeft, krijgen ze die. Maar uitvaartverzorgers kaarten het belang voor broers en zussen om goed afscheid te nemen zelf niet aan. Terwijl het voor deze nabestaanden – of ze nu een goede of slechte band hadden – wel belangrijk is. Bovendien hebben ze, als de ouders niet meer leven, de vroegste herinneringen aan de overledene.”

Niet het meest nabij

Paul Boelen, professor klinische psychologie, Universiteit Utrecht:

“De meest nabije dierbaren krijgen de meeste aandacht. Het gaat dan vaak om een partner (als een volwassene overlijdt), om ouders (als een – nog niet volwassen – kind overlijdt) en om kinderen (als een vader, moeder, broertje of zusje