Log in
Vandaag is onze liefde eeuwig.” Met die woorden heeft mijn man me overgehaald om te trouwen. Ik voelde er oorspronkelijk niets voor om een contract voor de rest van mijn leven met hem af te sluiten. Maar praktische overwegingen gaven de doorslag. En deze zin. We hebben nu dus een contract tot de dood ons scheidt. Ook dat klinkt romantisch. Woorden, wil ik maar zeggen, hebben naast inhoud ook gevoelswaarde. Persoonlijk pleit ik voor rehabilitatie van ‘afleggen’ en ‘lijkwagen’. Maar ik gebruik die woorden zelden. Alleen als een familielid of verzorgende het zelf over ‘afleggen’ heeft, zal ik zeggen dat ik dat een mooie formulering vind: de ziel die het lichaam aflegt. ‘Rouwauto’ is een dwaas woord, maar wel gangbaar. ‘Lijkwagen’ kan net zo min nog als ‘bejaarde’ (toch veel mooier dan ‘senior’). Je moet met de tijd mee. Bovendien gaat het er niet om wat ik als journalist het mooist vind, maar om wat het best beklijft bij de lezer.
Marjon Weijzen

Precies om die reden zie ik ‘Wet op de lijkbezorging’ graag veranderen in ‘Uitvaartwet’. ‘Lijkbezorging’ is een mooi woord, maar als je het in een zin zet, heb je grote kans dat de lezer het eind ervan niet haalt.

In een pleidooi voor graven voor onbepaalde tijd – de LOB pleit ervoor – wordt altijd geschamperd dat ‘in de media’ of ‘in de volksmond’ ten onrechte gesproken wordt over eeuwige grafrust. Maar op een enkele jurist na wil niemand in een graf voor onbepaalde tijd. Je wilt – voor jezelf, je vader of je moeder – al dan niet moslim: rust. Geen zorgen of kosten meer voor grafonderhoud. Ook niet voor je nabestaanden, zeker niet tot in de twaalfde graad. LOB-consulent Wim van Midwoud mag dan wel geinig voorrekenen dat de kosten gerekend per jaar reuze meevallen (‘0,01 cent’), maar nu is het toch een flink bedrag ineens, en garantie op een langere duur dan de politieke waan van de dag blijft