Klaagster geeft aan een uitvaartondernemer de opdracht om de uitvaart van haar broer te verzorgen. Bij die organisatie liep ook een uitvaartverzekering. De uitvaartondernemer berichtte klaagster dat de dekking van de kosten goed geregeld was. Daarna ontstond er enige twijfel over de vraag of er wel dekking bestond op basis van de polis. De broer van klaagster bleek een terminale ziekte te hebben verzwegen ten tijde van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst. De uitvaartondernemer had echter voordien aan klaagster twee offertes gezonden. Eén waarin geen verzekeringsdekking gold en één waarbij dat wel het geval was. Klaagster ondertekende beide en de uitvaart werd geregeld.
Log in of abonneer om het artikel te lezen.
Wilt u een account aanmaken?
Registreer