Log in
Ik ben van ná Arie de Jong. Ik kom hem tegen in een boek over de tijd dat men doodgeboren kinderen weghield bij de ouders, een ‘uitvaartritueel’ dat gelukkig allang verleden tijd is. In het verhaal herken ik de ‘meneer De Jong’ die ik ken. Ik vraag hem wel eens een in memoriam te schrijven als er weer eens een ‘uitvaartbobo’ overlijdt van voor mijn tijd. Het is een waardige oude heer die veel mensen in uitvaartland kent, maar ook een man die openstaat voor vernieuwingen.
Marjon Weijzen

Ik zie nog voor me hoe hij, gehuld in regenjas, zwaar leunend op zijn stok, de trap opschuifelde naar de ingang van De Balie. Daar werd een documentaire vertoond ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Stichting De Eenzame Uitvaart. Café en filmzaal puilden uit van kunstenaars, bohémiens, intellectuelen. Mensen uit de uitvaartwereld waren er nauwelijks. Maar wel liep daar onverstoorbaar: Arie de Jong, als voorzitter van Begraafplaats St. Barbara. En nu is daar dus dat interview in En zwijgen was het antwoord. Het beschrijft hoe koster De Jong in 1966 (mijn geboortejaar!) zijn uitvaartonderneming begon. De Jong vertelt dat zijn onderneming al snel succesvol was, omdat hij – toen al – aansloot bij de wensen van nabestaanden. Terwijl hij het razend druk had met zijn bedrijf, belandde zijn vrouw tijdens haar tweede zwangerschap in het ziekenhuis. Ze kregen een dochter die kort na de geboorte overleed. Mevrouw De Jong heeft het meisje nooit gezien, Arie zag haar in een flits toen