Log in
Ons vak is vaak mooi omdat we zo dichtbij mensen mogen komen. Ik herinner me een man die me bij het nagesprek toevertrouwde dat zijn vrouw diverse suïcidepogingen had gedaan. En dat hij dat nooit iemand had verteld. Een zoon van vijftig kroop elke nacht naast zijn dode vader, met wie hij tijdens diens leven een zeer moeizame verhouding had. Als ik ’s ochtends kwam voor de controle, wreef hij de slaap uit zijn ogen en zette eerst een kop sterke koffie voor ons. Ik kon zien dat het hem goed deed, die nachtjes naast de koeling.
Marjon Weijzen

Maar nabestaanden zijn niet altijd leuk en ze kunnen ook té dichtbij komen. Zo was er eens een flirtende weduwnaar waar ik niet graag meer op nagesprek ging. De ritueelbegeleider, een stevige vrouw van rond de zestig, had ook last van zijn avances. We besloten samen te gaan. Dat voelde een stuk veiliger: we knipoogden naar elkaar toen hij breed uitweidde over het gemis van zijn vrouw, ook in lichamelijke zin. De vonk kan natuurlijk ook wél overslaan. Ik ken zeker een handvol happy uitvaartbegeleiders, samenlevend met de man wiens vrouw ze ooit begroeven. Minder fijn is het als die vonk overspringt terwijl de uitvaartverzorger al getrouwd is. En helemaal als die samen met zijn of haar partner een bedrijf runt. Dat laatste – echtparen die samen een bedrijf hebben – komt in onze sector veel voor. En helaas – net als in de rest van de samenleving – houden die relaties niet altijd stand. Wat doe je dan met…