Log in
Opgewekt neemt mijn vrouw Vera de telefoon aan. Ik kijk verschrikt op als ik haar “Nee, nee, nee” hoor stamelen, gevolgd door: “We komen eraan.”
Onno van Andel

“Martin is dood!” Haar broer Martin? Dood? Maar dat kan niet. Hij is begin dertig. Nog niet zo lang geleden spraken wij hem nog. Vertelde hij vol trots over zijn bedrijf in lichten geluidtechnieken en over het vaderschap. Een noodlottig auto-ongeluk. En nu is mijn zwager dood. Zomaar ineens.

Als wij die vrijdagmiddag in juli 1990 in de auto zitten en onderweg naar de Achterhoek zijn, praat mijn vrouw voluit over Martin. Herinneringen aan vroeger. Hoe zij samen opgroeiden op de boerderij. Hoe verschillend zij als kinderen waren. Toen al was hij af en toe tegendraads en eigenwijs. Een vrijbuiter. Dat was hij eigenlijk altijd gebleven. Een vrije jongen, die bij voorkeur zijn eigen gang ging.

Van de dagen daarna kan ik mij niet veel meer herinneren. Het enorme verdriet dat zichtbaar en voelbaar was bij zijn vrouw en bij mijn schoonouders. De verhalen van de drie broers en drie zussen over hun kindertijd en jeugd met Martin. Ieder ging op