Log in
Een van mijn hardloopmaatjes is een ambitieuze longarts. Ze is moeder van vier kinderen (tussen de vijf en de vijftien) uit twee eerdere relaties, woont in een oude villa die ze tussen de bedrijven door opknapt en heeft sinds kort een nieuwe vriend. Daarmee moet ze binnenkort op ‘audiëntie’ bij haar ouders, vertelt ze, als we na afloop van ons rondje aan de latte macchiato zitten. “Bij ons thuis ben ik altijd weer het kleine zusje”, vertelt ze, ietwat gepikeerd.
Marjon Weijzen

Dat we een themanummer maken over familieverbanden lijkt haar heel goed. Ze kan zich levendig voorstellen hoe volwassen kinderen juist bij het regelen van de uitvaart van een van hun ouders terugschieten in de posities die ze vroeger in het ouderlijk nest hadden. En dat ze daar niet altijd blij mee zijn. Overigens komt zij uit een complexe gezinssituatie, die het er straks – ooit – niet gemakkelijker op zal maken. Haar ouders zijn ook gescheiden. Haar zus en broers zijn de kinderen van de tweede man van haar moeder, dus niet biologisch aan haar verwant.

Een ander hardloopmaatje heeft het onlangs bij de hand gehad, een complexe gezinssituatie bij het regelen van een uitvaart. Zij verloor afgelopen jaar haar jongere broer. Eind dertig was die. Kanker. Haar broer, haar zus en zijzelf zijn geadopteerd uit Korea. Zij zijn onderling geen bloedverwanten en over hun biologische ouders is niets bekend. Hun adoptieouders zijn later gescheiden. Met de moeder is het contact verbroken,